We’ll always have Paris

Zicht vanaf Beaubourg

Minder romantisch dan wordt beweerd, al kan dat aan de kou hebben gelegen – of is een koppel na zes jaar samenzijn te cynisch geworden? – maar niettemin imposant is de stad waar het woord ‘avant-garde’ werd uitgevonden. Of werd die term bedacht door freaks in àndere delen van Europa, die tot de helft van de twintigste eeuw smachtend jaloers naar de artscene in de ware Europese hoofdstad keken, vervuld van verwondering om de precaire maar wonderlijk geslaagde vermenging van enerzijds gedurfde kunst, feeërieke mode, bourgondische maaltijden, literaire filosofie, architectuur en geschiedenis, uitgeademd door de bourgeoisie, en anderzijds de bourlesque, de naturel, de joie-de-vivre en het rauwe, seksuele en ontaarde van de bon-vivants, zineugers en hoeren? Meer dan welke grootstad ook is Parijs een opeenhoping van tegenstellingen.

Midden op de Rue de Rivoli zwaait de stiletto van een bonte Dior-maitresse over een slapende dakloze heen. Alsof hij niet bestaat gunt ze hem een blik op haar onderkant. Preciezer kun je, na een bezoek van twee dagen, Parijs niet beschrijven.

Marais

Ja, Parijs is een hoer. Ja, ze is een fallus. Ze is elegant en ze heeft aplomb. Ze ligt daar maar, vierkant, maar ze slingert ook, naakt. Ze is grijs, maar opgesmukt. Ze is verrassend donker – meer dan Gent, Brussel of Antwerpen – maar hoewel afwezig, onthoud je de lichtjes aan haar Seine. Hoewel eentonig, onthoud je de witte tegeltjes in haar metrotunnels. Je draagt, hoewel ondraaglijk druk, haar gezelligheid met je mee. Ze is verrassend en voorspelbaar tegelijk, ze heeft machaïsme – als een wereldstad – en kan verbazingwekkend lelijk zijn. Of laat ze haar schoonheid slechts in de loop van een tijd prijs?

Want je vindt er schoonheid… Je vindt het er in de steile steegjes van Montmartre. In de lichtjes op de Champs Elysées, met kerst. In de vergezichten op het dak van het Centre Pompidou en van de Galleries Lafayette. In de soms brute en vaak stuntelige nonchalance van de Fransen (“nonchalance” blijkt niet toevallig een Frans woord te zijn). In Parijs vind je zelfs schoonheid in de vergane glorie van de Moulin Rouge, het Louvre of de Arc de Triomphe en in de wriemelende achterlichten van de hopen auto’s op kruispunten. En bovenal vind je het in de Marais, waar joodse specialiteiten, gastvrijheid, uitbundigheid, tweedehandskledij en exuberante accessoires uit het homomilieu hand in hand gaan. Parijs is, op haar mooist, een hoer met wijd open benen, gehuld in de mooiste en meest fijne zijde.

Eiffel Europees

Wat snel duidelijk wordt, is dat deze hoer – zoals het een Europese hoofdstad betaamt – de bodem van haar aanzien heeft bereikt. In wijken die volgens onze vijf jaar oude reisgids moeten bulken van designerrazernij, nachtelijke exclusiviteit en – dixit die reisgids – “van de pot gerukte kledij” ontwaren wij slechts pitatenten naast boetieks op hun retour en de zoveelste Starbucks. Oude volksbastions worden ingepalmd door een fotograferende of toeterende massa, restauratie blaast, samen met de betaalbare huurprijzen, de geest uìt in plaats van ìn bepaalde wijken, Amerikanisering is troef en stappend over een plas kots, een hoop sigarettenpeuken of een dakloze (Events may be dramatized), waan je je wel erg ver weg van avant-garde, Robespierre en sierlijkheid. De sfeer van de binnenstad lijkt plaats te moeten ruimen voor de geest van de banlieues: helse plaatsen waar je alleen maar onvrijwillig doorheen wilt rijden op de gevreesde periférique. Plaatsen waar zineugers banden verbranden en zelfs de hip-hop vegeteert. Is dit eigen aan een grootstad? Of aan een zwalpende, te groot geworden schildpad?

Hoe het ook zij, zelfs in Beaubourg voel je dat hier na 1970 niets wezenlijks meer is gebeurd, geconcipieerd of gepubliceerd. Niets dat wezenlijk wil veranderen, uitdagen. Niets Parijs’.

Place Stravinsky

Nee, Parijs wacht – zoals het de echte Europese hoofdstad betaamt – op betere tijden, waarin de kunst zal gloriëren en de glorie weer kunst zal zijn. Wanneer dat gebeurt, zal het op een heel andere manier gebeuren dan we ons nu kunnen voorstellen en zullen we van een nieuwe Franse Revolutie kunnen gewagen.

Nog vele, vele bezoeken.

Do’s: Le Louvre. Champs Elysées. Place Vendôme. Lafayette, maar met een zwaard om de menigte te splijten. Montmartre. Les 2 Moulins (waar Amélie oulin werd opgenomen). Om de Eiffeltoren kun je heen, maar niet figuurlijk. Place des Vosges. Moulin Rouge is lelijk geworden, maar obligatoir. Quartier Latin! Centre Pompidou! Le Marais!

Dont’s: Notre Dame. Saint-Germain-des-Prés. Sacré-Coeur, tenzij je katholiek bent. Bastille (de gevangenis bestaat zelfs niet meer).

Eén reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s