De Engelenmaker

Een boek, voorwaar! Dat hebben we hier nog niet gehad. Dat komt doordat ik al sinds september in “De Engelenmaker” van Stefan Brijs (bekend van dit boek en van “Villa Keetje Tippel”) aan het lezen ben geweest .

Waarom die lange leestijd, gespendeerd aan een boek van ‘amper’ 428 pagina’s? Een boek dat bovendien zeer vlot geschreven is en een plot bevat die u meesleurt tot het einde? Dat zowel over zeer actuele, alles omvattende thema’s gaat als spanning en intrige bevat? Dat zich ook nog eens in het naburige dorp kon hebben afgespeeld?

Vooral dat laatste stak míj een beetje tegen: ik hou niet zo van overdreven realisme in boeken. Beschouwende en scherpe uitzonderingen als Lanoye lees ik graag, maar geef mij toch maar een stormachtige griezel of epische veldslagen, eventueel in parallelle toverdimensies of verzonnen wouden, op het nachtkastje. Maar als ik me nu even verplaats in uw hoofd – u, lezer, die teert op waargebeurd denkmateriaal en sappige intrige onder de kerktoren – dan weet ik dat u “De Engelenmaker” uiterst genietbaar zult vinden.

De kerktoren speelt namelijk de eigenlijke, latente hoofdrol in dit boek, om twee redenen.

Het verhaal: geloof vs. geloof

De eerste reden is dat godsdienstig geloof, met name het christelijke geloof, een prominente katalysator is van de gebeurtenissen in het verhaal. Het hoofdpersonage, dokter Victor Hoppe, is door zijn schrale en strenge opvoeding in een katholieke kostschool – u weet al hoe dat gaat – op latere leeftijd godsdienstwaanzinnig geworden (tja). De dokter is daarbij niet alleen de mening toegedaan dat hij een persoonlijke vete met God heeft uit te vechten; door zijn geestesziekte en, wederom, door zijn opvoeding (psychologen en sociologen hebben een vette kluif aan dit cliché-wordingsverhaal), meent dokter Hoppe ook dat hij die vete moet uitvechten in de arena van het vooruitgangsgeloof. Jawel: de wetenschap van vooruitgangsgelovigen, waaronder Hoppe, versus het ter plaatse trappelen der godsdientigen vormt de kern van de plot (en daarmee een afspiegeling van de discussies in westerse parlementen, de afgelopen jaren).

De tweede manier waarop de kerktoren een prominente rol speelt, is middels de roddel en achterklap die zich er, naar goede Vlaamse gewoonte, onder afspeelt. Wanneer dokter Hoppe zich in het onooglijke (en fictieve?) Belgische gehuchtje Wolfheim vestigt, wordt hij door de inboorlingen ontvangen met een gemeend genegeer, net zoals het in het echte landelijke Vlaanderen zou gebeuren. Bovendien predikt de plaatselijke pastoor onheil, gezien het wetenschappelijke karakter van de dokter, en keert het gehucht zich aanvankelijk tegen de nieuwgekomen sjamaan Hoppe. Maar gaandeweg wint Hoppe het vertrouwen van de bevolking – door medische ‘wonderen’ te verrichten – waarna hij ruim baan krijgt voor zijn geesteszieke plannen, die aan het demonische grenzen… Als is ‘megalomaan’ nog de beste omschrijving.

Zo wordt Hoppe uiteindelijk de engelenmaker, letterlijk een fabrikant van engelen (zijn gekloonde zonen heten Gabriël, Michaël en Rafaël, naar de aartsengelen), waarmee de analogie tussen godsdienstwaanzin en fundamentalistische wetenschap rond is, en de vraag ontstaat naar de ethische grenzen van beide. Al deze vragen worden geëvoceerd door middel van een eenvoudig, lokaal verhaal over een man die het gek zijn met de paplepel meekreeg.

Het oordeel: virtuoze horror vs. clichés

Stefan Brijs

“De Engelenmaker” is een op het eerste gezicht erg eenvoudige roman, in wezen een thriller over een moderne Frankenstein, die erg toegankelijk is geschreven (waarvoor alle lof). Door de virtuoze manier waarop verhaallijnen van her en der, uit heden en verleden met elkaar worden verweven en de manier waarop dit alles culmineert in meerdere verbazingwekkende climaxen, bijgestaan door het hyperactuele karakter van het thema, is dit echter meer dan een lokaal horrorverhaal. Een horrorverhaal ís het trouwens wel degelijk: hoewel de setting hyperrealistisch is, bezorgen sommige scènes je een uiterst ongemakkelijk gevoel. Eén keer ben ik zelfs gestopt met lezen, omdat ik zo geschrokken was. Hulde daaraan.

Wat een beetje tegenzit, en waardoor ik soms geen zin had dit boek opnieuw op te pakken, is de onnodig uitgebreide manier waarop elk aspect van het verhaal wordt uitgerafeld en tot in de flauwste details wordt uitgesponnen. Bovendien wordt een stelling niet een keer, maar eindeloos herhaald, zodat het kruidige aan deze soep soms te zoeken valt doorheen het wegbladeren van talloze overbodige pagina’s. Met andere woorden: Brijs had er nog een laatste keer, voor het ter perse gaan, met de grove borstel door moeten gaan om her en der tegen de saaiheid te vechten. Schrijven is schrappen, en dat weet hij, dat merk je aan zijn zinsbouw. Jammer genoeg heeft hij dat principe niet altijd even consequent toegepast op de inhoud. Daar wil ik evenwel de nuance aan toevoegen dat ík weliswaar niet zo geïnteresseerd ben in wat zich in een katholieke kostschool afspeelt (en die sequentie bovendien hopeloos karikaturaal vond), maar dat andere mensen daar heel anders over kunnen denken.

Alles bij elkaar en ondanks zijn gebreken is “De Engelenmaker” een aanrader, al was het maar omdat het boek Vlaams is en omdat het de Gouden Uil Publieksprijs heeft gewonnen – niet geheel onterecht, overigens. Ik heb alvast Brijs’ “Arend” op mijn verlanglijst gezet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s