Archief voor de categorie 'Wat mij betreft'

kastelen.

In mijn jeugd waren er kastelen. En nu zijn er momenten waarop ik ze mis. In verhalen. In fantasie. Op vakantie. In het buitenland. En thuis. Steeds vaker.

Een kasteel heeft torentjes, monsters en speelruimte. Rotsmuren, verhalen en prinsessen, of prinsen. Meren. Vijvers. Een slotgacht. Beken. Zeeën van tijd.

Eeuwig vier zijn. Dat zou pas wat zijn.

dak.

afbeelding-4

Zei de dakwerker toen hij binnenkwam: ‘Naar boven?’

We’ll always have Paris

Zicht vanaf Beaubourg

Minder romantisch dan wordt beweerd, al kan dat aan de kou hebben gelegen – of is een koppel na zes jaar samenzijn te cynisch geworden? – maar niettemin imposant is de stad waar het woord ‘avant-garde’ werd uitgevonden. Of werd die term bedacht door freaks in àndere delen van Europa, die tot de helft van de twintigste eeuw smachtend jaloers naar de artscene in de ware Europese hoofdstad keken, vervuld van verwondering om de precaire maar wonderlijk geslaagde vermenging van enerzijds gedurfde kunst, feeërieke mode, bourgondische maaltijden, literaire filosofie, architectuur en geschiedenis, uitgeademd door de bourgeoisie, en anderzijds de bourlesque, de naturel, de joie-de-vivre en het rauwe, seksuele en ontaarde van de bon-vivants, zineugers en hoeren? Meer dan welke grootstad ook is Parijs een opeenhoping van tegenstellingen.

Midden op de Rue de Rivoli zwaait de stiletto van een bonte Dior-maitresse over een slapende dakloze heen. Alsof hij niet bestaat gunt ze hem een blik op haar onderkant. Preciezer kun je, na een bezoek van twee dagen, Parijs niet beschrijven.

Marais

Ja, Parijs is een hoer. Ja, ze is een fallus. Ze is elegant en ze heeft aplomb. Ze ligt daar maar, vierkant, maar ze slingert ook, naakt. Ze is grijs, maar opgesmukt. Ze is verrassend donker – meer dan Gent, Brussel of Antwerpen – maar hoewel afwezig, onthoud je de lichtjes aan haar Seine. Hoewel eentonig, onthoud je de witte tegeltjes in haar metrotunnels. Je draagt, hoewel ondraaglijk druk, haar gezelligheid met je mee. Ze is verrassend en voorspelbaar tegelijk, ze heeft machaïsme – als een wereldstad – en kan verbazingwekkend lelijk zijn. Of laat ze haar schoonheid slechts in de loop van een tijd prijs?

Want je vindt er schoonheid… Je vindt het er in de steile steegjes van Montmartre. In de lichtjes op de Champs Elysées, met kerst. In de vergezichten op het dak van het Centre Pompidou en van de Galleries Lafayette. In de soms brute en vaak stuntelige nonchalance van de Fransen (“nonchalance” blijkt niet toevallig een Frans woord te zijn). In Parijs vind je zelfs schoonheid in de vergane glorie van de Moulin Rouge, het Louvre of de Arc de Triomphe en in de wriemelende achterlichten van de hopen auto’s op kruispunten. En bovenal vind je het in de Marais, waar joodse specialiteiten, gastvrijheid, uitbundigheid, tweedehandskledij en exuberante accessoires uit het homomilieu hand in hand gaan. Parijs is, op haar mooist, een hoer met wijd open benen, gehuld in de mooiste en meest fijne zijde.

Eiffel Europees

Wat snel duidelijk wordt, is dat deze hoer – zoals het een Europese hoofdstad betaamt – de bodem van haar aanzien heeft bereikt. In wijken die volgens onze vijf jaar oude reisgids moeten bulken van designerrazernij, nachtelijke exclusiviteit en – dixit die reisgids – “van de pot gerukte kledij” ontwaren wij slechts pitatenten naast boetieks op hun retour en de zoveelste Starbucks. Oude volksbastions worden ingepalmd door een fotograferende of toeterende massa, restauratie blaast, samen met de betaalbare huurprijzen, de geest uìt in plaats van ìn bepaalde wijken, Amerikanisering is troef en stappend over een plas kots, een hoop sigarettenpeuken of een dakloze (Events may be dramatized), waan je je wel erg ver weg van avant-garde, Robespierre en sierlijkheid. De sfeer van de binnenstad lijkt plaats te moeten ruimen voor de geest van de banlieues: helse plaatsen waar je alleen maar onvrijwillig doorheen wilt rijden op de gevreesde periférique. Plaatsen waar zineugers banden verbranden en zelfs de hip-hop vegeteert. Is dit eigen aan een grootstad? Of aan een zwalpende, te groot geworden schildpad?

Hoe het ook zij, zelfs in Beaubourg voel je dat hier na 1970 niets wezenlijks meer is gebeurd, geconcipieerd of gepubliceerd. Niets dat wezenlijk wil veranderen, uitdagen. Niets Parijs’.

Place Stravinsky

Nee, Parijs wacht – zoals het de echte Europese hoofdstad betaamt – op betere tijden, waarin de kunst zal gloriëren en de glorie weer kunst zal zijn. Wanneer dat gebeurt, zal het op een heel andere manier gebeuren dan we ons nu kunnen voorstellen en zullen we van een nieuwe Franse Revolutie kunnen gewagen.

Nog vele, vele bezoeken.

Do’s: Le Louvre. Champs Elysées. Place Vendôme. Lafayette, maar met een zwaard om de menigte te splijten. Montmartre. Les 2 Moulins (waar Amélie oulin werd opgenomen). Om de Eiffeltoren kun je heen, maar niet figuurlijk. Place des Vosges. Moulin Rouge is lelijk geworden, maar obligatoir. Quartier Latin! Centre Pompidou! Le Marais!

Dont’s: Notre Dame. Saint-Germain-des-Prés. Sacré-Coeur, tenzij je katholiek bent. Bastille (de gevangenis bestaat zelfs niet meer).

Schrijven

Zoals Dimitri Verhulst de dag nadien over Hugo Claus zei: “Hij wist wanneer hij mensen moest doen stoppen. Dan plaatste hij een komma, of een punt. Dat was juist”, zo wist ik niet waar te beginnen. Wat is het teer en fris in mijn hoofd, sindsdien.

Huis!

Ik heb te vroeg geklaagd: morgen tekenen we de verkoopovereenkomst van ons nieuwe huisje!

Zou de post hier genoeg aan hebben?

De hal. Die tegels gaan eruit. Die kleuren ook. Die deur ook. Die lamp ook. Maar dat is alles!

En toch maar 10 minuten fietsen tot Gent-centrum.

 

Je mag ons HIER feliciteren:

 

Knibbel knabbel knuisje

Wie knabbelt er aan ons huisje? Om van belachelijk hoge notariële kosten, leenintresten, verbouwkosten of zelfs vraagprijzen nog even te zwijgen – elementen die minstens het een en ander te maken hebben met wat volgt – blijkt bij elk huizenbezoek weer dat er aan onze dromen wordt geknabbeld. Door kleine verkoopratjes met minuscule tandjes, die je keer op keer toefluisteren “dit zal geen pijn doen” voordat ze hun begerige kraaloogjes naar je keel keren.

Wat te denken van het wat eiïge, net uit de immoluiers opgeschoten exemplaar dat ons er gisteren in de spuuglelijke woonkamer van het paarse huis – bekleed met witte tegels, foto’s van een gabberzoon en plastic “houten” latjes, in Debby Travis’ naam – van verzekerde dat er de dag voordien al vijf koppels een optie hadden genomen op dit huis, maar nog wachtten tot de bank hun dossier zou goedkeuren? Als ik al veel verhalen heb gehoord, deze zoektocht, die van de stier zijn kloten zijn gerukt, dan had deze waaiboom klotensoep gebrouwen.

Of wat dacht je van Dreamy, het Druilerige Droomhuis? Een ruim villaatje in herfstkleur, compleet met “prachtige spitse daken en warme sfeervolle uitstraling, hobbystal, zonovergoten tuin” en verdacht laag prijskaartje? Welaan, koper: als u in deze betonovergoten tuin van de zon wilt genieten, zult u eerst een roetfilter boven en een geluidsdempende schutting omheen uw eigendom moeten plaatsen, om uitlaatgas en motorherrie van de prachtige, op vijftig meter afstand gelegen snelweg te weren. Van burenlawaai zult u dan weer geen last hebben, want aan de buurtverkrotting te zien is iedereen het al lang gesmeerd uit Doel 2.

Wat natuurlijk alles slaat en waar ik dan toch even op terugkom, zijn de prijzen. 185.000 euro voor een weliswaar prachtig – vogelgefluit op 3 km van Gent-centrum- gelegen minikrot met dito tuin, geschikt voor gebruik als terrarium. 207.500 euro – een aanbieding, mensen – voor Druilerig Doel, wel zéér vlot bereikbaar via de stadsring. 135.000 euro voor vier, excuseer, twéé muren en een te vervangen dak, te vervangen koterijen (arm Vlaanderen, zeg ik u), te vervangen keuken, excuseer, wasbak, en viezige, kleine kotkamertjes, voorzien van dubbele beglazing noch verwarming, maar wél met mooie bloemenvloer. “Kots hijg sputter kots”, zeg ik dan tegen zo’n immo-ei, waarop ik glazig glimlachende kraaloogjes terugkrijg.

En intussen waart in ons appartement de Heks van het Einde-Huurcontract rond, een uit tikkende tijd bestaand warrig wezen dat ons niet meer toelaat te genieten van het huidige. Ik wou dat ik haar in een oven kon stoppen, samen met wat immo-eieren (dat plastic waaiboomhout fikt meteen op), maar we hebben geen oven. Geen oven en geen huis.

joen groet ’s ochtends de tijden

Wat een vreemde tijden, denkt het jongetje in mij. Dag grotemensenwereld. Dag achtbaan, met je bochten en grillen. Dag opportuniteit, en hallo daar! horde op de weg. Wat hou ik ervan met de souplesse van een hert over je heen te springen in een bedauwd, kabouterrijk bos. En wat stralen die zonneslierten daar koninklijk door het gebladerte.

Welkom thuis, denkt de kleine jongen in mij. Zet je neer in mijn ridderlijke graszaal en pluk een kopje thee of laaf je aan de sterrenvijver. Bouw een rood huis en laat er gele mannetjes in wonen. Kijk rustig rond, kies dan een speeltuig uit – het lachende vliegtuig? het eenogige hobbelpaard? de gekroonde kikker? – en laat me over een jaar weten in welk ver land het je gebracht heeft.

Rijbewijs, deel 1

Je mag me proficiteren. Ik ben vanaf heden de trotse bezitter van een “aanvraag om een voorlopig rijbewijs, categorie B”(*). Hoezee!

(*) Dat betekent, jawel, dat ik geslaagd ben voor mijn theorie-examen.

Vl.Pro

Ik loop hier al twee maanden mee rond: hoe spreek jij bovenstaande afkorting uit? Ik kom niet verder dan ‘vluhproo’.

Mooi is dat toch niet.

Als we er even van uitgaan dat een mooie, goed te onthouden en uit te spreken naam positieve connotaties oproept, had men hier toch wat langer over moeten nadenken. Al heeft men zich dan in een, wat mij betreft denkbeeldig, gat in de markt gewurmd met het samengaan van de premisses ‘Vlaams’ en ‘progressief’, een dergelijk lelijke naam en dito logo lijken bij elkaar ge-Paint.

Zo, dat moest er even uit.

Artikel via hln.be

Boekje.

Uit Firenze.

Boekje uit Firenze - kaft

Draai negentig graden. Open.

Boekje uit Firenze - open

Keer terug.

Ik wil…

Götterdämmerung (Wagner)

  • Een nieuwe job (inhoud: schrijven of onderzoeken) binnen de drie maanden
  • Een rijbewijs, nog dit jaar
  • Een eigen huis, samen met Steven, binnen een jaar
  • Gestopt blijven met roken
  • Tekenschool volgen en weer stripverhalen maken (binnen dit en drie jaar)
  • Elk continent bereisd hebben voor mijn veertigste, te beginnen met een rondreis per auto door de VS
  • Een roman publiceren binnen de tien jaar
  • Over tien jaar freelance journalist in bijberoep zijn
  • Een opera van Wagner zien (foto: “Götterdämmerung”, het vierde en laatste deel van “Der Ring des Nibelungen”, binnenkort in de Vlaamse Opera te zien en voor mijn neus uitverkocht…)
  • Twee kinderen, van twee verschillende continenten
  • Nog minstens drie talen leren (volgend jaar Spaans of Italiaans, een paar jaar later Arabisch en erg graag Chinees) en mijn Duits bijschaven, omdat ik dat een mooie taal vind
  • Ooit in Manhattan wonen
  • Ooit een narratieve film maken
  • Ooit een taverne-annex-boekenwinkel openen (misschien in Manhattan)
  • Na mijn pensioen in Italië gaan wonen

Zo, dat is dan ook weer gepland.

Waarom kijkt niemand naar ‘Damages’?

LET OP: VERHOOGDE VERZURINGSGRAAD. Als u niet tegen eindeloos gemekker kunt, lees dan dit bericht niet en begeef u naar het dichtstbijzijnde terrasje.

94.000 kijkers. Dat haalde de dubbele aflevering van de ronduit superbe topreeks ‘Damages’ – waarin Glenn Close zich schijnbaar moeiteloos, en dus op sublieme wijze, een Golden Globe bij elkaar speelt – vorige week nog. Het gevolg is dat de lieve mensen van 2BE beslist hebben ook dat ton kijkers, of toch het gros van hen dat op maandag vroeg moet opstaan, het recht te ontzeggen naar de serie te bekijken. Vanaf nu moeten we eerst naar een futiel seksprogramma kijken, en pas daarna, way past bedtime, naar ‘Damages’. Voor wie daar nu al een slimme repliek op denkt te hebben klaarzitten: mijn videorecorder is kapot.

Dat is vanuit een economisch standpunt best te begrijpen, maar ik pleeg op zondagavond niet erg economisch te denken en ben dus verbolgen. ‘Damages’ was namelijk een van de weinige series waarvoor ik effectief de moeite deed voor de buis te gaan zitten. En te blijven zitten.

Er is trouwens iets dat ik niet begrijp. Waar kijken al die andere mensen dan naar? Naar ‘Flikken’, dat kan toch niet… Die serie is verworden tot een melkkoe van zo’n abominabel slechte kwaliteit dat weldenkende liefhebbers wel op zoek moeten naar wat lekkerders.

Niets van, zeggen die vermeende meerwaardezoekers. 1 miljoen kijkers haalt dat televisieafval nog. En de rest zal dan wel naar dat andere lelijke eendje, ‘Sara’, kijken, of op een terrasje zitten? Dat ga ik vanavond ook doen. Ze moeten niet denken dat ik mijn tijd dan maar aan een derderangs filmpje ga verspillen.

Dit doet mij terugdenken aan de glorieuze dagen waarin ik essays placht te schrijven die opkwamen voor het bedienen van minderheden door de openbare omroep. Zou Canvas ‘Damages’ ook naar het holst van de nacht verhuizen?

Of zou 2BE gewoon een probleem hebben? Wat is hun gemiddelde kijkdichtheid eigenlijk?

We zitten allemaal op Facebook (te wachten)

Ik kan niet geloven dat ik zo lang heb geloofd dat Facebook dikken brol was. Ik amuseer me! Je kunt me daar vanaf nu dan ook bij komen toejuichen en vriendje met me worden. Hoezee.

Ik ben wèl bang dat het amusement, net als bij MSN/Windows Live, MySpace, Digg, Del.Ici.Ous en de – *kucht* – ‘2 girls and 1 cup’-forwarden-op-het-werk-hype, snel zal overslaan in enerverende verveling. Net zo goed kan Facebook wel eens een blijver blijken, net als Flickr, Last.FM, WordPress, Wikipedia, YouTube en zoveel andere vaste web 2.0-waarden in mijn leven. Omdat ze elkaar aanvullen en niet allemaal hetzelfde of te weinig kunnen.

Is dit dan de langverwachte GOEDE netwerktool? Ik heb het gevoel dat iedereen nog zit te wàchten op Facebook… De introductie is voorbij, nu moet Facebook gaan bewijzen dat het ook een rol kan spelen in onze levens.

Het Grote Provincieonderzoek

 

 

Geplukt van het internet:


De provincie Limburg heeft bij de overige Vlamingen het positiefste imago. De provincie Antwerpen kampt dan weer met een slecht imago in de andere Vlaamse provincies.

Knack

 

Dat blijkt uit een peiling die telefonisch en online werd uitgevoerd door het marktonderzoeksbureau Compagnie bij 800 Vlamingen. In de studie werd gevraagd wat mensen denken over elke Vlaamse provincie en over de mensen die er wonen. De deelnemers konden niet hun eigen provincie kiezen.

Het Laatste Nieuws

 

Hasselt wint de finale van het VTM-programma Mijn restaurant.

De Standaard Online

 

Antwerpen kampt met het slechtste imago. Veel Vlamingen vinden dat Antwerpenaren het irritantste accent en de hoogste eigendunk hebben.

De Tijd

 

Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant blijken de meest neutrale provincies: weinig mensen hebben er een uitgesproken mening over. In Vlaams-Brabant willen wel veel mensen gaan werken.

De Morgen

 

Het Grote Provincieonderzoek van Compagnie. Omdat ik even reclame wilde maken voor wat ik doe.

 

Zeldzaamst

Asjemenou zeg. 

Your Personality is the Rarest (INFJ)
Your personality type is introspective, principled, self critical, and sensitive. Only about 2% of all people have your personality – including 3% of all women and around 1% of all men.You are Introverted, Intuitive, Feeling, and Judging.

Volgende Pagina »